Kennisbank artikel Digitalisering en automatisering bij het beoordelen van assets
Hoe beoordeel je een groot aantal kademuren zonder telkens gegevens uit verschillende portalen over te schrijven? Tijdens het webinar Digitalisering en automatisering bij het beoordelen van assets op 23 juni 2026 laten Rick Voortman en Thomas van der Linden zien hoe de gemeente Amsterdam constructiegegevens, inspectieresultaten, monitoring en omgevingsinformatie samenbrengt. De innovatieadviseurs binnen het programma Bruggen en Kademuren demonstreren digitale ondersteuning voor beoordelaars en bespreken het onderzoek naar gezamenlijke beoordeling van vergelijkbare constructies.
Inhoudsopgave
- Van incidenten naar proactief beheer
- Welke gegevens zijn nodig voor een beoordeling?
- Van onderzoeksgegevens naar technisch advies
- Praktijkvoorbeeld: drie constructiedelen aan de Kostverlorenvaart
- Praktijkvoorbeeld: geautomatiseerde ondersteuning aan de Achtergracht
- AI voor het uitlezen van duikrapporten
- Praktijkvoorbeeld: clusterbeoordelingen in Nieuw-West
- Doorontwikkeling en samenwerking met andere steden
- Q&A
Van incidenten naar proactief beheer
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Rick Voortman begint in de gezamenlijke presentatie van de gemeente Amsterdam bij de incidenten die in 2018 aanleiding vormden voor het programma Bruggen en Kademuren. De presentatie toont een zinkgat onder de trambaan aan de Marnixstraat en een ingestorte kade aan het Entrepotdok. Het programma bracht meer aandacht voor het beheer van kademuren en vaste bruggen, met als doel incidenten te voorkomen en over te gaan naar proactief handelen.
In de eerste fase lag de nadruk op monitoring, het verzamelen van signalen en het direct inspecteren en beoordelen van de ernstigste situaties. Veiligheidsmaatregelen hadden prioriteit. Assets in slechte staat werden vooral geprogrammeerd voor vernieuwing.
Nadat de eerste 100 tot 200 slechtste assets waren beoordeeld, verschoof het vraagstuk. Naast veiligheid kwamen keuzes over herstelmaatregelen naar voren: renoveren, vervangen of de functie aanpassen. De aanpak ontwikkelde zich daarmee van objectgerichte, tijdelijke maatregelen naar een areaalbenadering met toekomstbestendige maatregelen.
De omvang van het werk is groot. Rick noemt 1.700 kademuren, met gemiddeld drie constructietypen per kademuur. Tijdens het webinar rondt hij dit af tot ongeveer 5.000 benodigde beoordelingen. Bij iedere beoordeling moeten gegevens uit verschillende bronnen worden verzameld en verwerkt.
Een poll onder de deelnemers onderstreepte deze belasting. Handmatig invoeren en overschrijven van gegevens en het samenbrengen van verschillende databronnen scoorden hoog bij de vraag waaraan deelnemers minder tijd wilden besteden. Exacte aantallen of percentages zijn niet uitgesproken.
Welke gegevens zijn nodig voor een beoordeling?
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Archiefonderzoek en constructietypen
De beoordeling begint met archiefonderzoek naar het type kademuur. Traditionele Amsterdamse kademuren bestaan uit een paalfundering, een houten vloer en een metselwerkmuur, met water aan de voorzijde en grond aan de landzijde. De palen zijn doorgaans gefundeerd in de eerste of tweede zandlaag.
De traditionele metselwerkgewichtsmuur komt vaak van vóór 1900 en heeft houten palen en een houten vloer. Varianten hebben bijvoorbeeld een betonnen vloer, schoorpalen of een onderloopsheidsscherm. Een ander veelvoorkomend type is de betonnen L-muur, die vanaf de jaren 1920 wordt toegepast. Deze kan zijn gefundeerd op houten, betonnen of stalen palen.
Het innovatieteam heeft overeenkomsten tussen kademuren gebruikt om twee hoofdclassificaties en varianten daarbinnen te onderscheiden. De classificatie is gebaseerd op het Amsterdamse areaal en is nog niet compleet voor andere steden en beheerders. Amsterdam wil deze aanvullen met constructietypen die elders voorkomen.
Monitoring van verplaatsing en waterbodem
Het constructietype helpt bij het bepalen van de monitoringsstrategie. Voor sommige assets wordt uitsluitend satellietmonitoring gebruikt. In de getoonde visualisatie kleuren stabiele assets groen en assets met meer horizontale of verticale verplaatsing rood.
Tachymetrie en fotogrammetrie worden genoemd als nauwkeurigere vormen van monitoring. Ook daarbij maken kleuren zichtbaar waar beweging optreedt.
Daarnaast wordt de waterbodem iedere vijf jaar gemeten. De presentatie toont hiervoor multibeammetingen. Een verlaagde waterbodem kan in combinatie met gebreken aan de vloer leiden tot uitspoeling van grond en het ontstaan van sinkholes. Een ontbrekend onderloopsheidsscherm vergroot dit risico. De waterbodemgegevens worden daarom meegenomen in de beoordeling.
Duikinspecties en onderzoek aan funderingspalen
Inspecties worden uitgevoerd door duikers onder water en inspecteurs aan de landzijde. Duikers verzamelen beelden en rapporteren schade, waaronder kleine en grote scheuren, aantasting en gebroken aansluitingen. Een deel van deze informatie staat in tekstuele rapporten.
Voor het beoordelen van houten funderingspalen worden boormonsters genomen. Het laboratorium onderzoekt de dichtheid van het hout, waarmee volgens de toelichting de sterkte wordt bepaald. In de getoonde visualisatie worden slechtere palen donkerder weergegeven en sterkere palen lichter.
Amsterdam gebruikt inmiddels ook een weerstandsboor, door Rick aangeduid als IML RPD, Resi Powerdrill. Deze meet de weerstand tijdens het boren door een paal. Volgens de toelichting wordt deze informatie gebruikt om de sterkte te bepalen. De methodiek is gekalibreerd aan de hand van de eerder gebruikte houtmonsters.
Belastingen vanuit de omgeving
Tijdens de Q&A licht Rick toe dat naast de technische staat ook belastingen op de constructie worden meegenomen. Een grotere boom kan meer wind vangen en daardoor een grotere kracht op de kademuur uitoefenen. Een grote woonboot kan meer trekkracht veroorzaken dan een kleine sloep. Ook verkeersbelasting maakt deel uit van de beoordeling.
Omgevingsaspecten worden met een schouw verzameld. In de digitale ondersteuning worden daarnaast gegevens over bomen en gebouwen gebruikt om de situatie rond een constructiedeel inzichtelijk te maken.
Van onderzoeksgegevens naar technisch advies
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
De gegevens bevinden zich in verschillende bestandsformaten en portalen. Voor één kademuur moet de beoordelaar al deze bronnen doorlopen en de informatie koppelen aan het beoordelingskader.
Amsterdam heeft dit kader samen met kennisinstellingen en ingenieursbureaus ontwikkeld. De risicobeoordeling behandelt de paalfundering, waterbodem, bovenbouw, deformatie van de kademuur en het maaiveld. De onderdelen worden beoordeeld als goed, gemiddeld, slecht of zeer slecht.
Een goede en vaak ook een gemiddelde kademuur kan terug naar het reguliere onderhoudsplan. Een slechte of zeer slechte kademuur komt vaak in aanmerking voor renovatie, functieherwaardering of vernieuwing.
Het proces omvat duikonderzoek, onderzoek aan houten palen, kwalitatief onderzoek, archiefonderzoek, inspectie en de risicobeoordeling. Dit resulteert in een technisch advies op objectniveau. De presentatie duidt de kwalitatieve beoordelingsroute aan met ARK.
Wanneer onzekerheden overblijven of conclusies onvoldoende kunnen worden onderbouwd, kan aanvullend een numerieke beoordeling worden uitgevoerd met het Toetskader Amsterdamse Kademuren, afgekort TAK. Daarna kan een hernieuwd technisch advies worden opgesteld.
De risicobeoordeling is volgens Rick per asset goedkoper dan een volledige numerieke beoordeling. In het processchema op de presentatie staat €8.000 bij het kwalitatieve onderzoek en €30.000 bij het kwantitatieve onderzoek. Deze bedragen illustreren de getoonde onderzoeksroutes; het webinar geeft geen nadere kostenspecificatie. Numerieke beoordelingen worden daarnaast gebruikt om de risicobeoordeling beter te kalibreren.
Na het technische advies maakt een volgend team afwegingen op gebiedsniveau. Vervolgens worden de gebiedskeuzes samengebracht om tot een optimale programmering voor het gehele areaal te komen.
Praktijkvoorbeeld: drie constructiedelen aan de Kostverlorenvaart
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Een administratief afgebakende kademuur kan verschillende constructies bevatten. Het getoonde voorbeeld aan de Kostverlorenvaart loopt van brug 199 tot brug 186. Archiefonderzoek maakte duidelijk dat dit traject uit drie constructiedelen bestaat:
- Een betonnen L-muur op betonpalen uit 1940.
- Een betonnen L-muur op houten palen met een anker uit 1920.
- Een betonnen L-muur op houten palen zonder anker uit de jaren 1960.
Deze delen moeten afzonderlijk worden beoordeeld. In de oorspronkelijke werkwijze betekende dit dat de beoordelaar voor dezelfde kademuur drie keer de portalen moest doorlopen en een beoordelingssheet met de benodigde parameters moest invullen.
De afzonderlijke beoordelingen leverden verschillende maatregelen op. Het eerste deel had geen schade en kon naar regulier beheer. Bij het tweede deel waren veel elementen kapot, waaronder volgens Ricks toelichting de ankers, waardoor het gehele deel moest worden vervangen. De presentatie markeert bij dit deel ook gebreken aan palen, onderloopsheidsscherm en kerende wand en noemt sloop-nieuwbouw als maatregel.
Bij het derde deel zat het probleem uitsluitend in het onderloopsheidsscherm. De rest van de kademuur was nog in goede staat en dit deel kon worden gerenoveerd.
Het voorbeeld laat zien waarom de indeling in constructiedelen nodig is: binnen één kademuur kunnen zowel de technische staat als de passende ingreep verschillen.
Praktijkvoorbeeld: geautomatiseerde ondersteuning aan de Achtergracht
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Constructiedelen op de kaart zetten
Thomas van der Linden begint de demo met een kademuur aan de Achtergracht. De beoordelaar ontvangt een locatie en een tabel uit de duikinspectie met de lengtes van de constructiedelen. In het voorbeeld is deel A 30 meter lang en deel B 70 meter.
Voorheen moest de beoordelaar bepalen waar ieder deel begon en eindigde en deze ligging opnieuw opzoeken in andere portalen, bijvoorbeeld aan de hand van huisnummers. In een poll over deze werkwijze koos de grootste groep voor hulp van een collega. Exacte aantallen of percentages zijn niet uitgesproken.
In het ontwikkelde systeem voert de beoordelaar de kademuurcode in. In de demo wordt deze uitgesproken als HCG 0101. Het systeem haalt de bijbehorende geometrie uit het assetmanagementsysteem en toont deze op de kaart. Daarna worden de lengtes van deel A en deel B ingevoerd. Met een druk op de knop ontstaan twee constructiedelen, waarvoor afzonderlijke risicobeoordelingen worden ingevuld.
De kaart geeft visuele feedback op de invoer. Wanneer de beoordelaar bijvoorbeeld 7 meter invoert in plaats van 70 meter, wordt direct zichtbaar dat het lijnstuk te kort is. Bij doorgaan verschijnt een foutmelding en moet de invoer eerst worden aangepast.
Deze controle helpt ook bij het verbeteren van de brongegevens. Verschillen worden onderzocht en gecorrigeerde informatie wordt teruggestuurd naar het assetmanagementsysteem.
Bomen en gebouwen combineren
Voor het geselecteerde constructiedeel haalt het systeem bomen uit een Amsterdamse dataset. Van deze bomen zijn de hoogte en stamdiameter bekend. De eigenschappen worden met kleuren op de kaart weergegeven.
Volgens Thomas worden gebouwhoogtes uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen gebruikt. De vormen van de gebouwen worden uit een aparte dataset opgehaald. De visualisatie maakt zichtbaar of bomen boven de gebouwen uitsteken en daardoor meer wind kunnen vangen.
Cirkels helpen om afstanden tussen bomen en panden te beoordelen. Tijdens de Q&A licht Thomas toe dat ook de afstand van een pand tot de kademuur relevant is en op een andere manier wordt weergegeven.
De beoordelaar blijft bepalen welke objecten bij het constructiedeel horen. In de demo staat een boom naast het onderzochte deel en hoeft deze daarom niet te worden meegenomen. Zonder duidelijke afbakening zou die boom mogelijk op basis van een conservatieve aanname wel in de beoordeling terechtkomen.
De beoordelaar kan keuzes toelichten. Die toelichtingen worden opgeslagen, blijven terugvindbaar en maken het oordeel herleidbaar. Tijdens de Q&A benadrukt Thomas dat deze ondersteuning in nauwe samenwerking met experts is ontwikkeld en dat experts ook zelf aan de programmering hebben bijgedragen.
Monitoringsgegevens direct bekijken en filteren
Voor het monitoringsvoorbeeld schakelt Thomas over naar een andere kademuur. De demo toont tachymetrische meetpunten. Kleuren geven aan of een signaalwaarde of interventiewaarde is overschreden. De beoordelaar kan dezelfde meetpunten in grafieken bekijken, met de verschillende verplaatsingsrichtingen en gekleurde blokken voor de grenswaarden.
Monitoring wordt aangeleverd voor het gehele rak, van brug tot brug. Door relevante meetbouten op de kaart en in een lijst te selecteren, kan de beoordelaar de grafieken filteren op één constructiedeel. Met de muis kan aanvullende detailinformatie worden opgevraagd. In het getoonde voorbeeld is een meetpunt 40 millimeter verplaatst.
Deze gegevens worden opgehaald uit het Amsterdamse inspectieportaal. Voorheen moest de beoordelaar een ZIP-bestand downloaden met daarin een Excelbestand en vervolgens zelf grafieken maken. Een directe koppeling met de kaart ontbrak.
De nieuwe werkwijze maakt meer informatie direct beschikbaar en vermindert handmatige stappen. De beoogde voordelen zijn minder fouten, aangenamer werk en meer tijd voor het inzetten van inhoudelijke expertise. Tijdens het webinar worden hiervoor geen gemeten tijdsbesparingen genoemd.
Scores en advies voor de vervolgstap
De ingevulde beoordeling levert scores op voor hoofd- en deelcategorieën. Aan de belastingenkant noemt Thomas vier onderdelen, met scores van 0 tot 4. Verkeersbelasting, boombelasting en belasting vanaf het water worden expliciet benoemd.
De scores worden verder samengevat tot faalkansscores voor deformatie, waterbodem, onderbouw, bovenbouw en maaiveld, plus een eindscore.
De expert beoordeelt vervolgens de verwachte restlevensduur ten opzichte van een termijn van 30 jaar en legt de onderbouwing vast. Bij voldoende restlevensduur kan de beoordeling worden afgerond. Wanneer de restlevensduur geen 30 jaar meer is, ondersteunt het systeem de keuze voor een vervolgstap.
Een mogelijkheid is permanente functieherwaardering: de belasting verminderen door de kade bijvoorbeeld af te sluiten voor zwaar verkeer of voor al het verkeer. Een andere mogelijkheid is renovatie. Wanneer de muur nog goed is maar de palen slecht zijn, kan bijvoorbeeld een nieuwe paalfundering worden aangebracht.
In het getoonde voorbeeld is de ondergrens voor een gezonde paaldiameter bij functieherwaardering ongeveer 80 millimeter. Thomas noemt een verwachte diameter van circa 102 millimeter. De presentatie specificeert dit als een gemiddelde resterende diameter van 102,5 millimeter na 30 jaar. De getoonde ondergrens van 80 millimeter geldt volgens de schermtekst voor een kademuur met een gemiddelde kerende hoogte.
Daarmee wordt functieherwaardering in dit voorbeeld als mogelijke oplossing genoemd, zonder dat vervanging nodig is. Volgens de toelichting kan dit kosten en overlast voor ondernemers en bewoners langs de gracht beperken.
AI voor het uitlezen van duikrapporten
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Een volgende ontwikkeling betreft het verwerken van tekstuele duikrapporten. Daarmee gaat Thomas ook in op de deelnemersvraag hoe de informatie uit duikinspecties wordt verwerkt. Beoordelaars moeten in rapporten handmatig gebreken tellen en eigenschappen vergelijken. Dit is onoverzichtelijk en brengt het risico mee dat informatie wordt gemist.
Thomas verwijst naar een eerder getoond rapport met de aanduiding GB en het getal 25. Hij licht toe dat GB voor gebrek staat. Uit de mondelinge toelichting is niet eenduidig vast te stellen of 25 hier een telling of een nummering van gebreken betreft.
De gemeente Amsterdam heeft samen met Arcadis en Witteveen+Bos tooling ontwikkeld om deze informatie met AI uit te lezen. Beide bureaus hebben volgens Thomas een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente.
De tooling haalt bijvoorbeeld vier scheuren uit een rapport en bepaalt uit de genoemde scheurwijdtes een maximale breedte van 1 millimeter. Deze waarden worden ook in de presentatie getoond. Het zijn voorbeelden van uitgelezen informatie, geen prestatiecijfers van de AI. Tijdens het webinar wordt geen specifiek AI-model, algoritme of nauwkeurigheidspercentage genoemd.
De uitgelezen gegevens worden opgenomen in een datamodel en vervolgens in een database, zodat ze later voor andere vragen kunnen worden hergebruikt. De beoordelaar krijgt de gevonden scheuren en hun eigenschappen te zien.
De rapporten bevatten ook afstanden vanaf het begin van het rak. Omdat de constructiedelen inmiddels op de kaart staan, kunnen de scheurlocaties eveneens op de kaart worden weergegeven. Dit moet het mogelijk maken scheuren bij volgende inspecties terug te vinden en beter door de tijd te volgen.
De informatie kan daarnaast worden gecombineerd met andere eigenschappen, zoals de staat van funderingspalen en de vloer.
Praktijkvoorbeeld: clusterbeoordelingen in Nieuw-West
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
De onderzoeksaanpak afstemmen op het areaal
De meeste onderzoeken zijn uitgevoerd in het centrum van Amsterdam. In drie andere delen van de stad is minder onderzoek gedaan, om verschillende redenen.
In Zuidoost noemt Rick 300 assets die vooral bestaan uit beschoeiingen en enkele stalen damwanden. De presentatie vermeldt 300+ assets. Deze vragen om een andere inspectie- en beoordelingsmethodiek.
In Noord wordt nog archiefonderzoek uitgevoerd. De presentatie vermeldt voor dit stadsdeel 175+ assets. Kademuren worden daar bovendien deels meegenomen in vernieuwing en vervanging binnen gebiedsontwikkelingen.
In Nieuw-West noemt Rick 250 assets, waarvan volgens archieftekeningen 90% onder constructietype 2 valt. De presentatie vermeldt 250+ assets en 90%+. De meeste zijn gebouwd in de jaren 1960. Deze overeenkomsten vormen de basis voor onderzoek naar beoordeling per type.
Onderzoeksresultaten uit het centrum gebruiken
Amsterdam heeft onderzoeksresultaten uit het centrum gebundeld en gekoppeld aan de constructietypologieën. De gezonde diameter van houten funderingspalen komt bij type 1 gemiddeld uit op ongeveer 120 millimeter. Bij type 2 ligt dit gemiddelde rond 240 tot 250 millimeter.
Numerieke beoordelingen laten volgens Rick zien dat type 2 door de constructie met schoorpalen van zichzelf stabieler is. Voor deze constructies noemt hij een benodigde paaldiameter van 120 millimeter. De gezonde diameters van de meeste onderzochte type 2-objecten liggen daar ruim boven.
In het tijdens de toelichting getoonde gebied behoren de groen weergegeven assets tot constructietype 2.14. De blauwe assets zijn damwanden. Een rood weergegeven asset behoort tot type 1.
De vraag is of alle vergelijkbare kademuren afzonderlijk onderzocht moeten worden. Rick noemt voor de besproken groep, met enige onzekerheid, 58 kademuren. Bij zeven daarvan zijn duikonderzoeken en beoordelingen uitgevoerd. De gemiddelde paaldiameters bleken overeen te komen met de resultaten uit het centrum.
Volgens Rick ondersteunen deze uitkomsten dat de onderzochte constructies voldoende sterkte hebben om dit numeriek aan te tonen. De overige assets zijn gekoppeld aan de beoordelingen van de zeven onderzochte assets. Hoe een oordeel over een niet onderzochte kademuur voldoende wordt onderbouwd, blijft een expliciete onderzoeksvraag.
De aangeboden presentatie toont daarnaast bij een kaartoverzicht 160+ kademuren en nog 50 te onderzoeken archieven. Deze aantallen worden niet gelijkgesteld aan de mondeling besproken groep van vermoedelijk 58 kademuren: tijdens het webinar wordt de onderlinge afbakening niet expliciet toegelicht.
Monitoringssignalen blijven aanleiding voor onderzoek
Bij de clusterbenadering worden ook satellietmonitoringsresultaten op de kaart gezet. In het getoonde gebied zijn overschrijdingen van signaalwaarden zichtbaar voor verticale zakking van het maaiveld.
Deze signalen hebben geleid tot aanvullend onderzoek naar mogelijke lekkage bij de aansluiting tussen de betonnen vloer en het onderloopsheidsscherm. Zulke lekkage kan samenhangen met sinkholes en verticale verzakkingen.
Daarmee verandert het mogelijke maatregelenpakket. Het vraagstuk kan een grootonderhoudsvraagstuk zijn, waarbij het onderloopsheidsscherm afzonderlijk wordt vervangen, in plaats van een vervangingsvraagstuk voor de gehele kademuur. De oorzaak wordt nog onderzocht.
Amsterdam onderzoekt voor meer assetgroepen of een constructietype kan worden beoordeeld en of andere, vergelijkbare assets aan die beoordeling kunnen worden gekoppeld. Automatisering moet deze aanpak ondersteunen.
Doorontwikkeling en samenwerking met andere steden
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
De beoordelingsmethodiek en de automatisering zijn afzonderlijke onderdelen. De methodiek is ontwikkeld met ingenieursbureaus en kennisinstellingen. De automatisering is grotendeels intern ontwikkeld en met partners gevalideerd.
Amsterdam start binnen de City Deal Tijdloze Grachten een verkenning naar toepassing van de beoordelingsmethodiek in andere steden. Daarbij wordt onderzocht welke parameters en grenswaarden nodig zijn, welke constructietypen worden afgedekt en welke aanpassingen of aanvullingen nodig zijn.
De huidige aanpak is nog niet compleet en dekt niet alle Nederlandse kademuren. De gemeente nodigt andere partijen uit om mee te denken over uitbreiding van de classificatie en methodiek. Het doel is beoordelingen te versnellen en informatie over assets beter en transparanter te delen.
De terugblikpagina maakt deze oproep concreet: wie wil meedelen in de toepassingen en inzichten rond het beoordelen van bruggen en kademuren, kan Rick Voortman mailen om aan te haken bij City Deal Tijdloze Grachten.
Q&A
Bekijk de terugblik vanaf hier op YouTube
Wat is het verschil tussen objectgericht en areaalgericht beoordelen?
Bij objectgericht beoordelen vormt een melding of monitoringssignaal vaak de aanleiding. Het specifieke object wordt onderzocht en beoordeeld om een passende maatregel te bepalen.
Bij areaalgericht beoordelen wordt gekeken naar een groep assets van hetzelfde type. Binnen die groep wordt gezocht naar een maatgevend object, vaak het grootste. Wanneer dit voldoet en er geen afwijkende signalen zijn, wordt onderzocht of die beoordeling ook kan gelden voor assets van hetzelfde type en vaak hetzelfde bouwjaar. De onderbouwing van deze koppeling blijft onderdeel van de ontwikkeling.
Worden gebruik, belastingen en gevolgen van bezwijken meegenomen?
Eerdere versies van de risicobeoordeling combineerden de technische staat met de gevolgen van bezwijken. Inmiddels zijn de gevolgen ondergebracht bij de omgevingsteams. Het gaat bijvoorbeeld om effecten op verkeer, reistijd en de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten.
De constructiebeoordeling richt zich op de staat van de constructie in combinatie met de grootte van de belastingen. Gegevens over onder meer bomen en woonboten worden daarvoor meegenomen. De gevolgen voor de omgeving worden op een andere plaats in het beoordelingsproces afgewogen.
Kan de digitale ondersteuning op de beoordelingspraktijk worden ingericht?
Het systeem biedt maatwerk voor de informatie die experts nodig hebben. De cirkels voor afstanden tussen bomen en gebouwen zijn daarvan een voorbeeld. Ook andere relevante afstanden, zoals die tussen een pand en de kademuur, kunnen worden weergegeven.
De ondersteuning is ontwikkeld vanuit de inhoudelijke expertise en in nauwe samenwerking met de gebruikers. Experts hebben ook zelf geprogrammeerd. Volgens Thomas is deze samenwerking belangrijk om functionaliteit te maken die in de praktijk werkt.
Hoe wordt omgegaan met meetonnauwkeurigheid en verschillen tussen databronnen?
De nauwkeurigheid van de lengtemetingen uit duikinspecties wordt als bruikbaar, maar niet zeer hoog omschreven. Een exacte foutmarge wordt niet genoemd. Ook de afstanden van afzonderlijke funderingspalen worden gemeten; met die informatie zouden nog meer toepassingen mogelijk zijn.
De beoordelaar houdt ruimte om keuzes te maken. Wanneer een relevant object een halve meter of 1 meter buiten het getekende constructiedeel lijkt te liggen, kan het toch worden meegenomen. Voor objecten op 10 of 15 meter afstand is die voorzichtigheid volgens Thomas niet nodig, omdat de metingen wel nauwkeurig genoeg zijn om dat onderscheid te maken.
Het systeem vergelijkt lengtes en signaleert afwijkingen. Die kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat vleugelwanden van bruggen wel of niet zijn meegetekend. Na controle worden gegevens aangepast en teruggestuurd naar het assetmanagementsysteem. Deze terugkoppeling verbetert de informatie in de keten.
Kunnen andere kaartachtergronden worden gebruikt?
Het systeem gebruikt standaard een gewone kaart, maar ondersteunt ook andere achtergronden, waaronder satellietbeelden. Gebouwvormen en hun kleuren worden als afzonderlijke gegevens toegevoegd. De satellietachtergrond wordt tijdens de demo niet getoond.
Worden nieuwe monitoring en gewijzigde beoordelingsregels automatisch verwerkt?
Wijzigingen in de beoordelingssystematiek, zoals aangepaste scores of onder- en bovengrenzen, kunnen in het systeem worden verwerkt.
Voortgaande deformatie wordt niet doorlopend in deze volledige risicobeoordeling verwerkt. Daarvoor is een aparte vervolgtool gemaakt. Deze gebruikt de eindscores van de beoordeling als basis en neemt vervolgens nieuwe monitoring en informatie over genomen maatregelen mee.
Het voornemen is om na een aantal jaren opnieuw een volledige risicobeoordeling uit te voeren, bijvoorbeeld om te controleren of bomen sterk zijn gegroeid. Een exact interval wordt niet genoemd. Data en beoordelingssystematiek zijn enigszins losgekoppeld, waardoor gegevens ook naar een nieuw systeem kunnen worden overgezet.
Hoe wordt rekening gehouden met slib, puin en baggeren langs de kade?
Er werd gevraagd of het verwijderen van slib en puin door duikers kan leiden tot grondverlies of een zinkgat. Rick verwijst in zijn antwoord naar de beheerstrategie voor de waterbodem.
Per constructietype wordt bepaald hoeveel kan worden gebaggerd. Bij een oude houten constructie kan minder worden gebaggerd dan bij een nieuwere betonnen L-muur. Deze afweging wordt gemaakt in samenspraak met de assetmanager van de waterbodem en de assetmanager van de kademuur. Tijdens het webinar wordt niet afzonderlijk toegelicht of duikers vooraf slib en puin verwijderen.
Hoe ver moet automatisering van beoordelingen gaan?
In de poll over de gewenste mate van automatisering ontstond vooral overeenstemming over het automatiseren van data-invoer en het menselijk houden van de beoordeling. Andere voorgelegde opties waren volledige automatisering inclusief de beoordeling, uitsluitend routinetaken automatiseren en alles handmatig blijven doen. Exacte stemverhoudingen worden niet genoemd.
Rick benadrukt het voortdurende gesprek met interne specialisten en ingenieursbureaus. Technische mogelijkheden, wensen en grenzen worden gezamenlijk onderzocht en de werking wordt steeds gevalideerd.
Thomas geeft aan dat automatisering geen 100% hoeft te bereiken: 50% of 80% kan al waardevol zijn. Dit zijn illustratieve percentages, geen gemeten automatiseringsgraad. De computer kan informatie aandragen en suggesties doen, terwijl de expert een belangrijke rol houdt. Dat ondersteunt het vertrouwen en de acceptatie binnen de organisatie.
Wat helpt om de innovatie te laten landen in een beheerorganisatie?
In een poll werd voldoende verbinding tussen innovatie en de praktijk als belangrijkste factor genoemd. Andere voorgelegde factoren waren voldoende tijd en betrouwbare IT-systemen die veilig zijn en kunnen meebewegen. Exacte aantallen of percentages zijn niet uitgesproken.
Het innovatieteam werkt nauw samen met de teams die de beoordelingen uitvoeren en met de ingenieursbureaus die de tooling gebruiken. Hierdoor kunnen de ontwikkelaars mogelijkheden bespreken, grenzen van specialisten herkennen en de ondersteuning blijven toetsen.
In het begin was overtuigingswerk nodig. Het tonen van concrete verbeteringen hielp: gebruikers hoeven bijvoorbeeld niet meer zes keer in te loggen of met een geodriehoek afstanden op het beeldscherm te bepalen.
Een ander aandachtspunt is de samenwerking met de IT-organisatie. De ontwikkeling vindt mede plaats vanuit de inhoudelijke adviespraktijk, terwijl de IT-organisatie systemen graag volledig beheerst. Volgens Thomas hielp het om te beginnen, werkende onderdelen te maken en de waarde zichtbaar te maken. Daardoor werd het gesprek over verdere inbedding makkelijker.
Kunnen adviesbureaus en marktpartijen meedoen aan de City Deal?
Volgens Rick bestaat de City Deal Tijdloze Grachten uit een mix van ministeries, gemeenten, twee kennisinstellingen en commerciële partijen. De oproep is daarmee breder dan alleen beheerders.
Rick geeft aan dat partijen volgens hem partner kunnen worden wanneer hun inzet aansluit bij de missie en de beoogde resultaten van de City Deal. Hij formuleert dit als een inschatting; concrete toelatingsvoorwaarden worden tijdens het webinar niet gegeven.
Dit artikel is samengesteld met behulp van AI op basis van de terugblik Digitalisering en automatisering bij het beoordelen van assets – 23 juni 2026. Mochten er onjuistheden in staan, neem dan contact met ons op.