Gewoon bijzonder: omgevingsmanagers Ron van Dopperen en Karin Tuinman
In de rubriek Gewoon bijzonder zetten we collega’s in het zonnetje. Zij doen hun werk elke dag met toewijding en leveren daarmee een waardevolle bijdrage aan veilige en bereikbare wegen en wateren. In dit interview vertellen Ron van Dopperen en Karin Tuinman over hun werk als omgevingsmanagers bij provincie Utrecht en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.
Van een geluidsscherm waarvan niemand meer wist van wie het was, tot een fietspad dat uiteindelijk vóór in plaats van achter een woning kwam te liggen. Omgevingsmanagement draait allang niet meer alleen om participatie. Het vak groeit, verbreedt en professionaliseert. Maar wat blijft daarbij de kern? En moet een omgevingsmanager tegenwoordig echt alles kunnen?
Ter voorbereiding op de nieuwe reeks bijeenkomsten over strategisch omgevingsmanagement sprak Romana van Platform WOW met twee ervaren vakgenoten: Ron, omgevingsmanager bij de provincie Utrecht, en Karin, omgevingsmanager bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Twee oud-communicatieadviseurs die elkaar al kennen uit hun tijd bij de provincie Utrecht en die ieder vanuit hun eigen praktijk zien hoe het vak zich ontwikkelt.
“Mijn hart ligt nog steeds bij de mensen”
Ron: “Ik word vooral ingezet in de studiefase van projecten. Op dat moment is er nog ruimte om wensen, zorgen en ideeën uit de omgeving mee te nemen. Dan ben ik veel in gesprek met bewoners, gemeenten, ondernemersverenigingen en andere belanghebbenden. Dat deel van het vak vind ik nog steeds het leukst. Dat heeft denk ik ook te maken met mijn achtergrond in de communicatie. Ik krijg energie van gesprekken met mensen. Van ontdekken waar belangen zitten en hoe je die een plek kunt geven in een project.”
De projecten waaraan Ron werkt lopen sterk uiteen. Ron: “Dat gaat van geluidsschermen langs de Zuilense Ring tot rotondeprojecten in Woudenberg. Op de Vinkeveense Plassen werk ik bijvoorbeeld aan een brugvervanging. Daar gaan we van een beweegbare naar een vaste brug. Dat betekent dat bepaalde boten er straks niet meer onderdoor kunnen. Dan moet je met eigenaren in gesprek over compensatie. Dat zijn soms pijnlijke gesprekken.”
“Omgevingsmanagement is als het dansen van een tango”
Ook Karin begon ooit in de communicatie en werkte daarna jarenlang als zelfstandig adviseur voordat zij overstapte naar het waterschap. Daar werkt ze aan een van de meest complexe trajecten binnen de versterking van de Lekdijk. Karin: “Nieuwegein-Vreeswijk is maar 3,5 kilometer lang, maar wel een van de meest uitdagende delen van het programma. We hebben te maken met UNESCO-werelderfgoed, rijksmonumenten, historische sluizen, een beschermd dorpsgezicht en bewoners die letterlijk aan de dijk wonen.”
Voor Karin laat dit precies zien waar het vak over gaat. Karin: “Ik vergelijk omgevingsmanagement wel eens met het dansen van een tango. Je bent voortdurend bezig met toenadering zoeken, ruimte geven, leiden, volgen, vasthouden en loslaten. Dat klinkt misschien heel romantisch in een technische wereld, maar uiteindelijk probeer je samen ergens uit te komen. Je wilt dat mensen zich gehoord voelen en dat er uiteindelijk een resultaat ligt waar zoveel mogelijk partijen zich in kunnen vinden.”
De omgevingsmanager als duizenddingendoekje
In het gesprek komt steeds opnieuw dezelfde vraag terug: Waar ben je als omgevingsmanager eigenlijk van? Volgens beide professionals wordt het antwoord op die vraag steeds ingewikkelder. Karin: “Toen ik begon dacht ik dat ik verantwoordelijk zou zijn voor het managen van de omgeving, maar in de praktijk besteed ik een groot deel van mijn tijd aan het managen van het omgevingsmanagement. Ik ben ook verantwoordelijk voor projectbeheersing, financiën, risico's, vergunningen, conditionering en allerlei andere processen. Hoe vaak ik wel niet hoor: ‘Dat is echt iets voor OM’. Ik word daarin wel ondersteund, maar ik moet overal voldoende van afweten. En eerlijk gezegd vind ik dat jammer. Mijn hart gaat er niet sneller van kloppen en het gaat ten koste van de tijd die ik kan investeren in de relaties met de omgeving.”
Wat Karin ook ziet gebeuren, is dat een groot deel van de collega's vooral affiniteit heeft met stakeholdermanagement en veel minder met vergunningen of conditionering. Karin: “Dat is best een bijzondere ontwikkeling, want daarbovenop is het ook nog eens lastig om mensen voor dat deel van het werk te vinden. We worden er allemaal mee geconfronteerd, maar soms lijkt het alsof we er ook een beetje onderuit proberen te komen.”
Ik geloof er heilig in dat het met vergunningen en onderzoeken uiteindelijk meestal wel goed komt. Er is altijd wel iets uit te zoeken en in het ergste geval loop je wat vertraging op. Maar als je de buitenwereld niet meekrijgt, heb je een veel groter probleem. Daar kan een project echt op vastlopen.
Ron: “Ik merk hetzelfde. Op veel projecten zijn niet alle IPM-rollen gevuld. Dan word je automatisch manusje-van-alles. Voor je het weet ben je ook risicomanager, projectbeheerser en financieel specialist. Natuurlijk moet je voldoende begrijpen van vergunningen en onderzoeken om het proces goed te kunnen begeleiden. Maar mijn hart ligt daar niet.”
Niet iedereen hoeft hetzelfde te kunnen
Tegelijkertijd zien beiden dat het vak steeds meer specialismen kent. Karin: “Ik werk met een collega die een kei is in vergunningen, planprocedures en projectbesluiten. Fantastisch. En ik heb collega's die juist energie krijgen van stakeholdermanagement. Waarom zouden we blijven verwachten dat iedereen alles moet kunnen? Laten we mensen in hun kracht zetten.”
Ron: “Ik heb niet de illusie dat ik ooit een allround omgevingsmanager word. Dat ben ik ook niet. Gelukkig werk ik met collega's die ergens anders juist veel beter in zijn.”
De vergelijking met communicatie is volgens hen snel gemaakt. Karin: “In het communicatievak hebben we woordvoerders, communicatieadviseurs, webredacteuren en evenementenorganisatoren. Niemand vindt het gek dat daar verschillende competenties voor nodig zijn. Waarom zouden we dat binnen omgevingsmanagement niet accepteren?”
We moeten stoppen met doen alsof één omgevingsmanager alles wil en kan.
Omgevingsmanagement in de aannemerij
Ook in de uitvoering ziet Ron het vak veranderen. Waar omgevingsmanagement bij aannemers vroeger vooral draaide om praktijkkennis van de bouwplaats, ligt tegenwoordig veel meer nadruk op communicatie en omgevingssensitiviteit. Ron: “Ik zie echt een professionalisering van het vak. Goede omgevingmanagers bij aannemers zijn tegenwoordig de schakel tussen uitvoering en omgeving. Ze begeleiden informatieavonden, kunnen snel schakelen met de bouwploeg en begrijpen wat bewoners nodig hebben. Dat was tien jaar geleden lang niet altijd vanzelfsprekend.”
Niet voor elk wisselwasje de omgeving betrekken
Tegelijkertijd waarschuwen Ron en Karin ervoor om niet alles automatisch onder omgevingsmanagement te scharen. Volgens Karin ligt daar een risico. “Dat hebben we eerder ook bij communicatie gezien. Dan werd je voor elk wissewasje gevraagd om een uitgebreid plan te maken, terwijl het uiteindelijk om één persbericht ging. Daar moeten we voor oppassen.”
De vraag zou volgens haar altijd moeten zijn: wordt de omgeving hier daadwerkelijk geraakt? Niet iedere maatregel vraagt om een uitgebreid participatietraject. Ook omgevingsmanagers zelf worden soms op de proef gesteld. Karin: “Ik heb hier zelf maanden in de modder gezeten omdat ze voor de zoveelste keer mijn oprit blokkeerden met materieel voor een nieuw fietspad. Je woont nu eenmaal aan een weg of fietspad, maar toen stond ik ook buiten te mopperen in mijn badjas.”
Moeite met het woord ‘omgevingsmanagement’
Een opvallend moment in het gesprek ontstaat wanneer de term omgevingsmanagement ter sprake komt. Ron: “Ik heb eigenlijk altijd een beetje moeite gehad met het woord. Alsof wij de omgeving wel even managen. Dat doen we natuurlijk helemaal niet. Ik probeer daar realistisch in te blijven. Aan het einde van een project zullen er altijd mensen zijn die het ergens niet mee eens zijn.”
Volgens hem draait het vak om iets anders. Ron: “Voor mij gaat het uiteindelijk om begrip. Begrijpen mensen waarom keuzes zijn gemaakt? Draagvlak is mooi, maar zonder begrip krijg je überhaupt geen draagvlak.”
Kopjes koffie en gewoon luisteren
Een verhaal dat Karin nog altijd bijblijft, speelde zich af in Maarsbergen. Een echtpaar dreigde daar hun woning kwijt te raken vanwege de aanleg van een spooronderdoorgang. Karin: “Eerst was het idee dat het huis gesloopt moest worden. Later bleek dat het huis kon blijven staan, maar dat ongeveer zeventig procent van de achtertuin nodig was voor een fietspad.” Ook dat was voor de bewoners geen acceptabele oplossing. Karin bleef in gesprek. Karin: “Ik ging regelmatig langs voor een kop oploskoffie en gewoon om te luisteren. Uiteindelijk zijn we opnieuw naar het ontwerp gaan kijken. Toen bleek een derde variant mogelijk: het fietspad kwam vóór de woning langs in plaats van door de achtertuin. Het uitzicht veranderde, maar de tuin bleef behouden. En juist daar konden de bewoners zich uiteindelijk in vinden.”
Wanneer de omgeving beleid verandert
Ook op grotere schaal kan de omgeving invloed hebben. Als voorbeeld noemt Ron een project in de Lopikerwaard, waar een provinciale weg moest worden aangepast. Daarbij speelde een discussie over landbouwverkeer. Volgens het provinciale beleid hoorde landbouwverkeer uit oogpunt van verkeersveiligheid op de parallelweg te rijden, maar in de praktijk bleek die situatie helemaal niet geschikt. Ron: “Samen met de omgeving hebben we daar veel gesprekken over gevoerd. De signalen die we ophaalden hebben we vervolgens ingebracht binnen de organisatie.”
Uiteindelijk bleef dat niet zonder gevolgen. Ron: “Die praktijkervaring heeft ertoe geleid dat de provincie het beleid heeft aangepast en landbouwverkeer in principe weer op de hoofdrijbaan toestaat. Dat laat zien dat, wanneer je de stem van de omgeving goed laat doorklinken binnen je organisatie, beleid soms daadwerkelijk kan veranderen.”
Voor Ron is dat precies waar goed omgevingsmanagement over gaat: niet alleen uitleggen wat er gaat gebeuren, maar ook zorgen dat waardevolle inzichten uit de omgeving daadwerkelijk invloed kunnen hebben op besluiten.
De mooiste resultaten ontstaan als je kunt samenwerken met een projectleider die ook openstaat voor de omgeving. Dan werk je echt als een tandem.
In de archieven op zoek naar eigenaarschap
Soms zit de meerwaarde van het vak juist in heel iets anders. Zoals bij een oud geluidsscherm langs de Zuilense Ring. Ron: “De provincie dacht dat het scherm van de gemeente was en de gemeente dacht dat het van de provincie was. Niemand wist het zeker. Ik ben toen letterlijk het archief ingedoken. Daar vond ik uiteindelijk de beheer- en onderhoudsovereenkomst waaruit bleek dat het scherm inderdaad eigendom van de gemeente was. Het resultaat? Er kwam duidelijkheid, achterstallig onderhoud werd erkend en uiteindelijk zijn afspraken gemaakt over vervanging van het scherm. Dat gaf mij veel voldoening en is mij altijd bijgebleven.”
Elkaar rekeningen sturen voor hetzelfde stukje grond
Samenwerking is volgens Karin onmisbaar, maar soms ook ingewikkeld. “We zijn met z’n allen bezig in hetzelfde stukje grond en toch vragen we onderling vergunningen aan en sturen we elkaar rekeningen. Als waterschap leggen we bijvoorbeeld een project aan, terwijl gemeenten en provincies daar ook een rol in hebben. Vervolgens betalen we elkaar leges voor hetzelfde project. Dat blijft toch een beetje bijzonder.”
Tegelijkertijd zijn organisaties sterk van elkaar afhankelijk. Gemeenten moeten bijvoorbeeld omgevingsvergunningen afgeven en zijn belangrijke partners in de ruimtelijke procedures. Volgens Karin ontstaat er daardoor soms een reflex om naar elkaar te wijzen. “Ik hoor regelmatig: ‘Jullie van het waterschap...’ of ‘Jullie van de provincie...’, gevolgd door de boodschap dat de ander er eigenlijk niets van begrijpt. En eerlijk gezegd klopt dat waarschijnlijk ook wel een beetje. Maar andersom zeggen wij precies hetzelfde over hen.”
Juist daarom pleit ze voor meer begrip voor elkaars positie. “Laten we eerst erkennen dat we elkaar niet altijd begrijpen en vervolgens kijken hoe we wel tot dezelfde beelden kunnen komen.”
Daarbij merkt ze op dat de samenwerking op ambtelijk niveau meestal heel goed verloopt. “In negen van de tien gevallen werken gemeenten, provincies en waterschappen prima samen. Waar het soms ingewikkeld wordt, is op bestuurlijk niveau. Dan kunnen er andere belangen gaan spelen, terwijl je ambtelijk alles juist goed op orde hebt.”
Laat de omgeving met ideeën komen
Volgens Karin hoeft participatie niet altijd te betekenen dat mensen alleen reageren op plannen van de overheid. Ze ziet juist veel kansen om bewoners en andere belanghebbenden actief te betrekken bij hun leefomgeving. Zo werkt zij in Nieuwegein met een omgevingstafel waarin onder meer wijkplatforms, historische vereniging, wandel- en fietsorganisaties vertegenwoordigd zijn.
Karin:“Ik ben momenteel aan het uitzoeken welke kaders er zijn en welk budget beschikbaar is voor een uniforme bebording bij de markante punten. Vervolgens wil ik die groep vragen om met een bebordingsplan te komen. Het zou mooi zijn als we straks niet overal losse bordjes krijgen: een bordje van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, een bordje van Sterke Lekdijk en weer een bordje van de gemeente. Als ze de kans krijgen om daar zelf iets aan bij te dragen, ontstaat vaak veel energie en draagvlak.”
Wat je absoluut niet moet doen op je eerste werkdag
Wie het vak wil leren, moet volgens beide omgevingsmanagers vooral niet beginnen achter een laptop. Ron: “Ik zou een trainee direct meenemen naar bewonersgesprekken.”
Karin: “Absoluut. Als je iemand op de eerste werkdag achter twee schermen zet en Relatics opent, dan is die trainee verdwenen voordat jij terugkomt met koffie.” Ze ziet het ook in haar eigen werk. Karin: “Ik probeer bewust iedere paar weken samen met een collega het projectgebied in te gaan. Dan loop je een stuk van het tracé af, spreek je bewoners en ontdek je dingen die je op een kaart nooit ziet.”
Karin vertelt lachend een voorbeeld uit haar tijd bij een project in Vught. Karin: “Ik werd gebeld door een bewoner die vroeg of er bij de omleidingsroute ook flippers en een snorkel werden uitgedeeld.” Bij controle bleek de omleidingsroute inderdaad over een dikke sloot te lopen. Er lag helemaal geen pad.” Voor beide omgevingsmanagers bevestigt het de kern van het vak.
Karin: “Je kunt nog zoveel naar kaarten kijken, maar uiteindelijk moet je naar buiten.”
Een vak dat blijft
Ondanks alle veranderingen zijn Ron en Karin het over één ding volledig eens. Karin: “Het blijft een prachtig vak. Je werkt uiteindelijk mee aan iets dat blijft bestaan.”
Ron: “Een weg, een brug, een dijk. Maar vooral ook een proces waarin mensen elkaar beter leren begrijpen. Daar doen we het uiteindelijk voor.”
En precies daar zal het tijdens de SOM-bijeenkomst ook over gaan: waar ben je als omgevingsmanager eigenlijk van, en wat vraagt dat van het vak in de toekomst?