Gewoon bijzonder: hoe Pleun Mekkering circulariteit laat landen in Arnhem

Interview met adviseur Circulaire Economie

In de rubriek Gewoon bijzonder zetten we collega’s in het zonnetje. Zij doen ‘gewoon’ hun werk en leveren daarmee een bijzondere bijdrage aan veilige en bereikbare wegen en wateren. In dit interview vertelt Pleun Mekkering, beleidsadviseur circulaire economie bij de gemeente Arnhem, hoe zij zich inzet om circulariteit stap voor stap onderdeel te maken van het dagelijks werk binnen gemeenten.

Dat Pleun binnen de gemeente Arnhem wordt gezien als het gezicht van circulariteit, merkt ze aan kleine dingen. Toen bij een nieuw contract de oude zeepdispensers uit de wc’s werden gehaald, stonden ze ineens op de afdeling van haar collega’s van Openbare Ruimte. “Dan bellen ze mij: Pleun, dit is belachelijk. We doen zo ons best om dingen te hergebruiken en nu liggen hier allemaal zeepdispensers die nog goed zijn.” Ze vertelt het met een lach. “Ik word vaak gebeld voor dit soort dingen. Mijn positie is inmiddels wel verworven.”

Als beleidsadviseur circulaire economie werkt Pleun aan de circulaire ambities van Arnhem in de volle breedte. GWW is daarin een belangrijk onderdeel, naast bijvoorbeeld inkoop, vastgoed, ICT, meubilair, drukwerk, horeca, mode en textiel. Zelf voert ze de maatregelen niet uit. Ze jaagt aan, verbindt en zorgt dat collega’s weten wat er kan. “Ik probeer vooral te zorgen dat andere mensen in actie komen en dat het niet bij losse initiatieven blijft.”

Binnen de afdeling Duurzaamheid bestaat het team Circulariteit uit twee mensen, straks drie. Vanuit dat kleine kernteam werkt Pleun met collega’s door de hele organisatie. “Onze werkwijze is dat we overal een evenknie hebben,” vertelt ze, “bijvoorbeeld bij vastgoed, economie, Openbare Ruimte en mobiliteit. Samen stemmen we af wat er moet gebeuren en waar we tegenaan lopen. Mijn werkweek bestaat vooral uit praten.”

Een werkweek vol afstemming

Binnen de afdeling Duurzaamheid bestaat het team Circulariteit uit twee mensen, straks drie. Vanuit dat kleine kernteam werkt Pleun met collega’s door de hele organisatie. “Onze werkwijze is dat we overal een evenknie hebben,” vertelt ze, “bijvoorbeeld bij vastgoed, economie, Openbare Ruimte en mobiliteit. Samen stemmen we af wat er moet gebeuren en waar we tegenaan lopen. Mijn werkweek bestaat vooral uit praten.”

Daarnaast schrijft Pleun beleid, verstrekt ze subsidies en adviseert ze collega’s en bestuurders, bijvoorbeeld bij aanbestedingen en beleidsontwikkeling. Voor het cluster Openbare Ruimte maakte ze een concrete opdracht: in 2030 moet het cluster voor 50 procent circulair werken en in 2050 voor 100 procent. Ook legde ze doelen vast voor CO2-uitstoot, asfalt en het gebruik van primaire grondstoffen.

Ambities van Arnhem in de GWW

“Als het gaat om circulariteit in de GWW, is Arnhem behoorlijk ambitieus,” vertelt Pleun. “We willen als gemeente zelf het goede voorbeeld geven voordat we iets vragen van inwoners of ondernemers.” Dat zie je onder meer bij bruggen, waar veel hout en gebruikte materialen worden toegepast. Ook met asfalt is veel gepionierd en wordt de werkwijze nu structureler. “We hebben goede mensen en experts op het gebied van inkoop en aanbesteding. Dat is belangrijk als je wilt innoveren: de markt moet in contracten ruimte en vertrouwen krijgen om te investeren.”

Ruimte voor verbetering ziet Pleun vooral in het ontwerp. “We ontwerpen nog vaak vanuit hoe we het altijd deden, met nieuwe materialen. Daarom richt Arnhem nu een materiaaldepot in, waar materialen worden opgeslagen en opnieuw gebruikt.” Vernieuwing vraagt ook om risico’s nemen, al begrijpt Pleun goed dat dit spannend is. “Bij riolering zie je niet alleen bij ons, maar door het hele land terughoudendheid. Een beheerder moet zestig jaar op materiaal kunnen vertrouwen. Als je gaat innoveren, weet je niet zeker of dat kan. Toch zullen we soms in het diepe moeten springen, als we echt circulair willen gaan werken.”

Van ambitie naar dagelijks werk

Volgens Pleun zit het werken aan circulariteit in een nieuwe fase. “We hebben lang veel geprobeerd en technisch staat het er. Nu komt het taaie stuk: anders werken, weerstand overwinnen en werkprocessen standaardiseren. Dat heeft momenteel heel erg mijn aandacht: het inbedden in het dagelijks werk.”

Daarin merkt ze dat veel collega’s behoefte hebben aan houvast. “Grote ambities zijn er genoeg. Denk aan de roadmaps Klimaatneutrale en Circulaire Infra. Daarin staat een abstract toekomstpad, maar de uitvoering heeft daar nog weinig aan. Er is een vertaalslag naar de praktijk nodig.”

Doeboek Duurzame Infra geeft concrete handvatten voor gemeenten

Het Doeboek Duurzame Infra brengt daar verandering in. Pleun dacht mee in het proces van de totstandkoming hiervan en betrok gemeenten uit haar netwerk om praktijkervaringen in te brengen. Ze werkte nauw samen met Lidia Kop van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Lidia had het goed georganiseerd en hield de vaart erin.”

In januari 2026 werd het Doeboek Duurzame Infra gelanceerd. Het vertaalt ambities naar het dagelijks werk. Pleun: “De vraag is altijd: wat moet ik doen en wanneer doe ik het goed? Met concrete stappen en voorbeelden sluit het aan op de praktijk van gemeenten.”

Aan het Doeboek werkten vijftig gemeenten mee, samen met provincies, CROW, BouwCirculair, Platform WOW, Nationaal Platform Duurzame Wegverharding en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Sinds de publicatie krijg ik veel positieve reacties vanuit gemeenten,” aldus Pleun. “Je kunt meteen met circulariteit aan de slag, zonder eerst alles te moeten doorgronden. Dat is super handig voor collega’s die dagelijks werken aan wegen, bruggen en projecten. Of je nu projectleider bent, beheerder, inkoper of ontwerper: je ziet welke stappen je vanuit jouw rol kunt zetten en krijgt voorbeelden waar het al werkt in de praktijk.”

Elf bijeenkomsten om het Doeboek nog dichterbij te brengen

Om het doeboek echt te laten landen, is meer nodig dan een mail of nieuwsbrief, aldus Pleun. “Onze medewerkers hebben het druk, we moeten de kennis pro-actief naar ze toe brengen.” Daarom organiseert Platform WOW samen met de Doeboek-partners elf bijeenkomsten waarin het Doeboek wordt toegelicht. “Mensen kunnen vragen stellen, ervaringen delen en er daarna zelf mee aan de slag. Ik adviseer iedereen die met gemeentelijke infra werkt om langs te komen en zelf te ervaren wat het oplevert.”

Het kan gewoon

Als Pleun terugdenkt aan een moment dat haar werk typeert, komt ze uit bij een project uit haar beginperiode bij de gemeente Arnhem. “We haalden toen kanaalplaten, een soort betonplaten, uit het provinciehuis van Gelderland om deze te hergebruiken in een sporthal. Dat was technisch heel ingewikkeld en het leek eerst onmogelijk om deze opnieuw gekeurd te krijgen. Uiteindelijk is het toch gelukt en dat gaf mij veel vertrouwen: het kan gewoon!”

Het enthousiasme van Pleun werkt aanstekelijk. “Ik kom mijn bed uit voor echt samenwerken, mensen ontmoeten die zich ook zorgen maken over klimaatverandering en daar hun schouders onder willen zetten.” Voor haar draait samenwerking om luisteren, moeite voor elkaar doen en elkaar echt begrijpen. “Door elkaar serieus te nemen en het gesprek te blijven voeren, komt circulaire infra stap voor stap verder. En omdat de opgave groot is, is het volgens Pleun net zo belangrijk om stil te staan bij wat wél lukt. “Vergeet niet je successen te vieren. Eens in de zoveel tijd een borrel kan geen kwaad.”

Kom naar een doeboek bijeenkomst

Zelf ervaren hoe andere gemeenten circulaire infra aanpakken en welke stappen je morgen al kunt zetten in je eigen werk? Bezoek één van de provinciale bijeenkomsten over het Doeboek Duurzame Infra tussen mei en november 2026. Je ontmoet collega’s uit de praktijk, wisselt ervaringen uit en krijgt concrete handvatten om zelf verder te komen.

Meer informatie

Pleun Mekkering

Gemeente Arnhem

Beleidsadviseur Circulaire Economie